FAQ
Wat is een gedecentraliseerd Solaredge systeem?
De werking is eenvoudig. Enerzijds is de MPPT gedecentraliseerd, het maximale vermogenspunt wordt individueel voor elk paneel gezocht met behulp van een Powerbox. Anderzijds is de omvormer vereenvoudigd en bestaat uit een geoptimaliseerde DC/AC-invertor om op constante spanning te werken.
Het systeem bestaat dus uit twee hoofdonderdelen (de Powerbox en de Solaredge omvormer). Bovendien is de omvormer uitgerust met een monitoringsysteem dat de door de Powerbox verzonden gegevens verzamelt. Deze gegevens worden vervolgens door ditzelfde systeem van de omvormer geanalyseerd en kunnen daarna geraadpleegd worden via een computer.
De voordelen van een gedecentraliseerd systeem zijn de volgende :
- Het maximale aantal modules per lus is hoger.
- Geen verlies als gevolg van gedeeltelijke schaduw
- Geen verlies als gevolg van verschil in ligging en hoekstanden van de panelen.
- Vereenvoudigde opsporing van storingen binnen de gehele installatie.
- Het behoud van de Powerboxen op een veiligheidsspanning van 1 Volt tijdens de montage en het onderhoud van de fotovoltaïsche installatie.
- Vermindering van energieverlies, “dynamisch MPPT verlies” genoemd, dankzij de snellere opsporing van het MPP punt.
- Anti-diefstal systeem door waarschuwing van de gebruiker in geval van diefstal van een module. Bovendien is een gestolen module onbruikbaar in combinatie met een andere omvormer dan die waarvoor het geregistreerd werd.
ADVIES
n geval van een installatie waarbij het moeilijk is om schaduw op de panelen te voorkomen, is het gunstiger te kiezen voor een gedecentraliseerd Solaredge systeem. De onderstaande schema’s tonen de doelmatigheid van het Solaredge systeem ten opzichte van een standaard omvormer wanneer de schaduw valt op één van de modules van het fotovoltaïsche veld.
Principe van de werking van een gecentraliseerde omvormer onder invloed van de schaduw:
Principe van de werking van de gedecentraliseerde Solaredge omvormer en de Powerboxen onder invloed van de schaduw:
Wat is het verschil tussen een omvormer met of zonder transformator?
In een omvormer maakt een invertor het mogelijk de spanning aan te passen aan die van het stroomnet. Wanneer de omvormer voorzien is van een transformator, kan deze zorgen voor een galvanische isolatie tussen de ingang en de uitgang van de omvormer. De galvanische isolatie zorgt ervoor dat er geen gelijkstroom in het stroomnet geïnjecteerd kan worden.
De transformator brengt echter verlies met zich mee. Daarom heeft dit systeem een lager rendement (rendementsverlies van circa 1 tot 2 %) dan systemen zonder transformator.
De omvormer met transformator is zwaarder en groter, behalve in geval van een omvormer met een transformator die op hoge frequenties werkt. De hoge frequentietransformator heeft kleinere afmetingen en een lager gewicht.
Omvormers die over een technologie zonder transformator beschikken zijn eveneens toegestaan op het stroomnet, mits gegarandeerd wordt dat ze nooit gelijkstroom injecteren van meer dan 1 % van de nominale waarde of dat ze over een bewakingssysteem beschikken om te voorkomen dat gelijkstroom in het stroomnet geïnjecteerd wordt. Dit bewakingssysteem schakelt de omvormer binnen minstens 0,2 seconde uit wanneer de gelijkstroom de vastgestelde grens van 1 % van de nominale stroom overschrijdt.
Wat is de temperatuur “derating” van een omvormer ?
De “derating” is de vermindering van het ingangsvermogen van de omvormer wanneer de kritieke temperatuur daarvan bereikt wordt. Boven de kritieke temperatuur schakelt de omvormer uit als de temperatuur blijft oplopen.
De “derating” heeft geen negatieve invloed op de omvormer. Bepaalde punten moeten echter gecontroleerd worden als dit te vaak gebeurt.
ADVIES
Als uw omvormer regelmatig zijn kritieke temperatuur bereikt :
- Controleer of de onderdimensionering van de omvormer niet te groot is
- Controleer de goede werking van het koelsysteem van de omvormer
Waarom beschikt een omvormer over een koelsysteem ?
Door middel van een warmte-afvoersysteem worden de gevoelige halfgeleiders van de omvormer beschermd tegen oververhitting.
Er bestaan twee soorten koelsystemen:
• Passief: met behulp van een convector
• Actief: met behulp van een ventilator
Men dient altijd te zorgen voor een goede luchtcirculatie in en rond de omvormer.
Voorbeeld van een installatie van meerdere Power-One omvormers met een passief koelsysteem.

De omvormers worden naast elkaar geplaatst om een luchtcirculatie van onder naar boven te bevorderen.
ADVIES
Goede praktijkregels om verhitting van de omvormer te voorkomen :
- Voorkom dat de toevoer- en afvoeropeningen verstopt of afgedicht raken
- Neem de vereiste voorschriften in acht van de installatiehandleiding over de plaats van uw omvormer (aanbevolen minimale afstanden tussen de diverse obstakels en de omvormers),
- Installeer de omvormer in een koele ruimte waar geen plotselinge temperatuurschommelingen kunnen optreden
- Installeer een omvormer niet in een ruimte die aan zonlicht blootgesteld is
- Controleer of het koelsysteem niet vervuild is
- Voorkom in geval van een installatie van meerdere omvormers dat de warmteafvoer van een omvormer naar de luchtingang van een andere gericht is
Wat is de inschakelspanning?
Wanneer de lus onder spanning komt te staan, komt de inschakelspanning overeen met de som van elk paneel, terwijl de stroom gelijk is aan de stroom die door één paneel circuleert.
Wanneer de door de panelen afgegeven spanning te laag is, dat wil zeggen lager dan de inschakelspanning, werkt de omvormer niet. Dit doet zich voor wanneer de temperatuur van de modules te hoog is of de zonnestraling nagenoeg nul is.

Wat is een multi-tracker omvormer?
Deze bestaat uit:
- Meerdere MPPT’s voor een verhoogd rendement van het fotovoltaïsche veld.
- Een transformator aan de gelijkstroomkant per MPPT
- Een invertor die de gelijkstroom omzet in wisselstroom.
- Een transformator (aanwezig naargelang de technologie).
- Een ontkoppelingsbescherming
Dit schema geeft een multi-tracker omvormer weer zonder transformator:
Wat is een mono-tracker omvormer?
Deze bestaat uit :
- Een uniek systeem om het maximale vermogenspunt (MPPT) van het fotovoltaïsche veld te vinden.
- Een invertor die de gelijkstroom omzet in wisselstroom.
- Een transformator (aanwezig naargelang de technologie).
- Een ontkoppelingsbescherming
Dit schema geeft een mono-tracker omvormer weer met transformator:
Wat wordt bedoeld met het zoeken van het maximale vermogen of MPPT (maximum power point)?
De tracker in de omvormer zoekt het optimale functioneringspunt om te zorgen dat een maximaal stroomvermogen opgewekt wordt. De methode bepaalt een spanning (UMPP) en een stroomsterkte (IMPP) om een maximaal vermogen (PMPP) te verkrijgen.
Ligging van het optimale vermogenspunt op de karakteristieke kromme van het fotovoltaïsche paneel:
Advies
Als de dimensionering, de plaatselijke configuratie en de omvormer dit mogelijk maken, verdient het aanbeveling alle beschikbare MPPT’s te gebruiken om een hoger rendement van de installatie te verkrijgen.
Wat is een omvormer?
De omvormer is een apparaat dat het mogelijk maakt gelijkstroom om te zetten in wisselstroom. De belangrijkste functies zijn de volgende:
- Het zoeken van het maximale vermogenspunt (MPP) ten opzichte van de door de panelen geleverde spanning en intensiteit.
- De omzetting van gelijkstroom in wisselstroom met dezelfde eigenschappen als die van het stroomnet
- De synchronisatie met het stroomnet om de stroom in het net te kunnen injecteren
- De automatische afkoppeling van het stroomnet (de omvormer schakelt zichzelf uit wanneer het net uitgeschakeld is)
Wat is de invloed van de schaduw ?
Schaduw op een gedeelte van het fotovoltaïsche paneel leidt tot een vermindering van de stroomopwekking van het paneel. De fotovoltaïsche cellen zijn serieel met elkaar verbonden. De cel in de schaduw legt zijn lage stroom op aan de rest van de fotovoltaïsche module. Deze cel kan beschadigd raken door verhitting. Om de cellen tegen schaduw te beschermen, maakt men gebruik van bypass dioden.
Men dient zoveel mogelijk schaduw op de modules te vermijden. Hiertoe dient een schaduwonderzoek uitgevoerd te worden om de panelen zodanig aan te brengen dat zo min mogelijk rijen cellen door schaduw afgedekt worden.
In het onderstaande schema kan men voorkomen dat de gehele stroomopwekking van de cellen beïnvloed wordt door schaduw. Men dient de panelen zodanig aan te brengen dat de bypass dioden hun rol kunnen spelen zodat de stroom om de cellen in de schaduw heen kan stromen.
In het linker schema werken alle bypass dioden. Er kan geen stroom opgewekt worden. In het rechter schema worden de cellen in de schaduw echter door een bypass vermeden.
Gedrag van de bypass dioden onder invloed van de schaduw :
Welke eisen moeten worden nageleefd voor de injectie in het stroomnet?
Alvorens aangesloten te kunnen worden op het stroomnet, dient u om toestemming te vragen aan uw distributienetbeheerder om de eigenschappen en de voedingswijze van uw aansluiting vast te stellen.
Als u niet weet wie uw distributienetbeheerder in België is, kunt u deze vinden door de link van uw gewest te volgen:
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest : www.brugel.be
- Vlaams Gewest : www.vreg.be
- Waals Gewest : www.cwape.be
PARAMETERS VAN DE AANSLUITING OP HET STROOMNET
De omvormer dient aan het net een stroom te leveren die voldoet aan de voorschriften van de norm DIN VDE 0126. Als deze parameters niet conform zijn, koppelt de bescherming de stroomlevering aan het net af. De omvormer controleert voortdurend de volgende eigenschappen van het net:
- De stroomsterkte
- De spanning
- De frequentie
- De golfvorm
- De staat van het netwerk
De grenswaarden van de spanning, evenals de frequentie, zijn specifiek voor elk land.
Raadpleeg de onderstaande tabel over de na te leven parameters van de netinjectie volgens de in uw land van toepassing zijnde voorschriften*:
*De bovenstaande waarden kunnen afwijken. Wij bevelen daarom aan contact op te nemen met uw distributienetbeheerder voor nadere inlichtingen.
MAXIMAAL VERMOGEN
In België bedraagt in geval van een eenfase-aansluiting het maximale vermogen van de gedecentraliseerde opwekkingsinstallatie 5kVA, behoudens andersluidende waarde van uw distributienetbeheerder.
In geval van een draaistroom (of multifasen-) aansluiting bij particulieren mag in België het maximale AC vermogen van deze installatie niet hoger zijn dan 10 kVA. Bij dit type aansluiting dient men de verdeling van het vermogen van de installatie tussen de verschillende fasen na te leven. De onevenwichtige opwekking tussen de fasen, dat wil zeggen het hoogste stroomverschil tussen twee paar fasen mag maximaal 21,7 ampère bedragen (wat overeenkomt met een vermogen van 5kW met een cs phi gelijk aan 1).
MAXIMALE LENGTE VAN DE AC KABEL
De lengte van de kabel aan de wisselstroomkant tussen de omvormer en het net dient zo kort mogelijk te zijn en de diameter van deze kabel dient aangepast te zijn aan de stroomsterkte. Hierdoor wordt het verlies door het joule-effect beperkt.
Het wordt aanbevolen om de kabel dusdanig te dimensioneren dat het verlies niet hoger is dan 1 % van het door de omvormer geïnjecteerde nominale vermogen.
Raadpleeg de onderstaande tabel om de maximale lengte van de kabel te bepalen naargelang de doorsneden van de geleider en het door uw omvormer geïnjecteerde vermogen. Deze tabel geldt voor omvormers die aangesloten zijn op het eenfasenet.
Maximale lengte van de kabel aan de AC kant voor een vermogensverlies van maximaal 1 %:
KEUZE VAN DE OMVORMER
De keuze van uw omvormer hangt af van het type stroomnet waarop uw fotovoltaïsche installatie aangesloten zal worden.
Raadpleeg de volgende tabel voor informatie over de compatibiliteit van onze omvormers met uw stroomnet:

ADVIES
In geval van aansluitingsproblemen op het stroomnet:
- Vraag aan de netoperator of het stroomnet uitgeschakeld is voor onderhoudswerken of dat er in de buurt industriële bedrijven zijn die op onregelmatige basis grote hoeveelheden stroom verbruiken.
- Controleer de lengte van de kabel aan de AC kant en de diameter daarvan.
Welke invloed heeft de zonnestraling op de omvormer?
Het door een fotovoltaïsche module opgewekte vermogen is evenredig aan de ontvangen irradiantie. De irradiantie is de intensiteit van de ontvangen zonnestraling. De intensiteit van de zonnestraling op Aarde bedraagt bij zonnig weer circa 1000 W/m². De lichtstroom varieert naargelang de bewolking, de luchtvervuiling en het stof op de panelen.
De intensiteit van de fotovoltaïsche panelen daalt sterk wanneer de lucht bewolkt is, zodat het door de panelen opgewekte vermogen zwakker wordt. De spanning daalt echter weinig wanneer de irradiantie afneemt tot zeer lage waarden.
Gedrag van een monokristallijne fotovoltaïsche module DS Solar van 245 W naargelang de zonnestraling bij een temperatuur van 25 °C:
Irradiantie naargelang de bewolking :
Welke invloed heeft de temperatuur van de modules op de omvormer?
Bij gelijke zonnestraling, varieert de spanning van een collector met de temperatuur. De spanning is omgekeerd evenredig aan de temperatuur. Als de temperatuur namelijk afneemt, neemt de spanning toe. Zonnig maar koud weer brengt het gevaar van een te hoge spanning met zich mee in geval de omvormer niet goed gedimensioneerd is. Voor de keuze van de juiste omvormer, is het daarom belangrijk rekening te houden met deze variatie.
Bij gelijke zonnestraling, varieert de spanning van een collector met de temperatuur. De spanning is omgekeerd evenredig aan de temperatuur. Als de temperatuur namelijk afneemt, neemt de spanning toe. Zonnig maar koud weer brengt het gevaar van een te hoge spanning met zich mee in geval de omvormer niet goed gedimensioneerd is. Voor de keuze van de juiste omvormer, is het daarom belangrijk rekening te houden met deze variatie.
De spanning op de klemmen van het fotovoltaïsche paneel wordt dus bepaald door de temperatuur van ditzelfde paneel (de spanning neemt toe wanneer de temperatuur daalt). Men dient zich ervan te verzekeren dat de voor de installatie geschatte minimumtemperatuur niet leidt tot een overschrijding door de panelen van de maximale spanning van de omvormer.
Gedrag van een monokristallijne fotovoltaïsche module DS Solar van 245 W naargelang de temperatuur bij een irradiantie van 1000 W/m²:
Wat wordt bedoeld met de STC condities (Standard Test Conditions)?
Dit zijn de standaard condities van laboratoriumtests. Deze maken het mogelijk het vermogen van verschillende fotovoltaïsche panelen met elkaar te vergelijken.
Deze condities zijn als volgt:
• Een straling van 1000 W/m²
• Een omgevingstemperatuur van 25 °C
• Een air mass* (AM) van 1,5
*De “air mass” is het verband tussen de door zonnestraling afgelegde afstand door de atmosfeer om de grond te bereiken en de dikte van de atmosfeer op de plek waar die straling loodrecht doorheen valt.
Factor van de air mass naargelang de hellingshoek van de zon:
Hoe kan mijn fotovoltaïsche installatie gedimensioneerd worden?
Voor de juiste dimensionering van een omvormer, dient men rekening te houden met het vermogen, de spanning en de stroom van het fotovoltaïsche veld.
- De verhouding tussen het maximale ingangsvermogen van de omvormer en het vermogen van het fotovoltaïsche veld dient nagenoeg 1 te zijn (dat wil zeggen 100 %). Men kan de omvormer onderdimensioneren wanneer de ligging van het fotovoltaïsche veld ongunstig is en men zelden de optimale omstandigheden bereikt.
- Het is belangrijk te controleren of de spanning van alle fotovoltaïsche modules zich binnen het spanningsbereik van de omvormer bevinden. Hiertoe dient men de maximale en minimale spanning van de panelen te berekenen op basis van de gegevens van de technische fiches daarvan. Het spanningsbereik van de panelen moet gecontroleerd worden op basis van de extreme temperaturen van de betreffende regio.
- Men dient tevens na te gaan of de maximale stroom van elke lus niet de capaciteit van de omvormer overschrijdt.
Welk materiaal moet men kiezen voor de bekabeling van het zonnesysteem ?
DC-KABELS
De gelijkstroomkabels verbinden de panelen onderling, evenals de panelen met de omvormer. Ze zijn bestemd voor gebruik in de buitenlucht en moeten daarom bestand zijn tegen temperaturen van -20 °C tot 80 °C en ultraviolette straling, maar toch licht en hanteerbaar zijn.
Bovendien moeten deze kabels een levensduur hebben van minimaal 30 jaar en zo weinig mogelijk energie verliezen.
Ten behoeve van de persoonlijke bescherming en de brandveiligheid dient men het geschikte materiaal te gebruiken.
De gevaren van gelijkstroom mogen niet verwaarloosd worden. Gelijkstroom brengt elektrocutiegevaar met zich mee, dat zelfs groter is dan dat van wisselstroom. Wanneer men alleen werkt, kan men zich onmogelijk bevrijden van een gelijkstroombron, want in tegendeel tot wisselstroom verandert gelijkstroom niet meerdere keren per seconde van polariteit. Wanneer gelijkstroom door een lichaam loopt, is de prikkeling van de spieren twee tot drie maal hoger dan de elektrisering door wisselstroom.
Bij wisselstroom bestaat er een groter gevaar voor de totstandkoming van een elektrische boog tussen twee fasen dan bij wisselstroom. Men dient derhalve de kabels zorgvuldig aan te brengen zonder ze te beschadigen. Daarom is elke geleider voorzien van een dubbele isolatie en kunnen de kabels van verschillende polariteit zich niet in dezelfde mantel bevinden.
De kabels zijn voorzien van een brandwerende isolatie om in geval van brand de verspreiding van het vuur te voorkomen; bovendien komen er bij brand geen giftige of bijtende gassen vrij.
DC-CONNECTOR
De zonnekabels worden onderling verbonden door speciale stekkers.
Wij gebruiken veilige en gebruiksvriendelijke zonneconnectoren, zoals Multicontact stekkers.
Tijdens de bestelling van een zonneconnector is het belangrijk aan te geven om welke aansluiting het gaat om verwarring te voorkomen.
De MC4-stekkers bijvoorbeeld zijn voorzien van een plastic uiteinde om de verbinding tussen twee kabels bijeen te houden en te isoleren. Als het om een mannelijk uiteinde gaat, is de kabelschoen in de stekker (uiteinde van de geleider) vrouwelijk. De andere connector die voorzien is van een uitwendige vrouwelijke aansluiting heeft dus een mannelijke kabelschoen.
Wat is de vermogensfactor (cos phi)?
De vermogensfactor geeft de waarde van de faseverschuiving weer tussen de spanning en de stroomsterkte in een wisselstroomcircuit.
Vermogensformule voor het wisselstroomcircuit
P = U x I x cos (phi)
In een wisselstroomnet wordt het schijnbaar vermogen uitgedrukt in VA (volt-ampère). Het bestaat uit het actief vermogen en het reactief vermogen. Het is echter het actieve vermogen (wattvermogen) dat aan het apparaat de nodige energie levert om omgevormd te worden in mechanische energie en warmte. Het reactief vermogen wordt uitgedrukt in VAR, de afkorting voor "voltampère reactief". Daar de apparaten een magnetisch veld nodig hebben, zullen ze een extra reactieve stroomsterkte opnemen om dit veld te creëren. De vertragingshoek van deze reactieve stroom bedraagt 90° ten opzichte van de actieve stroom en genereert dus ongewenste reactief vermogen en een bron van overmatig verbruik. Uiteindelijk is alleen het schijnbare vermogen zichtbaar en is de cos phi de meting van de faseverschuiving tussen het schijnbare vermogen en het werkelijk benodigde actieve vermogen voor de werking van het apparaat.
De vermogensfactor geeft een indicatie van de kwaliteit van dit net en dus de verdeling van deze vermogens.
De cos phi dient de waarde 1 zo dicht mogelijk te benaderen, want hoe kleiner de cos phi, des te hoger het geleverde schijnbare vermogen moet zijn voor hetzelfde gewenste actieve vermogen.
De federatie van de netbeheerders elektriciteit en aardgas in België geeft in haar voorschriften aan dat de vermogensfactor tussen de 0,8 en 1 dient te liggen, behoudens door de distributienetbeheerder toegestane afwijking
Voldoet mijn elektrische installatie aan de normen?
Wanneer men een fotovoltaïsch systeem wil laten installeren, dient men over een conforme elektrische installatie te beschikken. De elektrische installatie dient door een erkende instantie gecontroleerd te worden. De controlerende instantie controleert enerzijds of de weerstand van de aardverbinding lager is dan 30 Ohm en anderzijds of de elektrische installatie goed geïsoleerd is.
Advies
Er bestaat elektrocutiegevaar als de omvormer een gebrekkige aardverbinding detecteert! De werkzaamheden aan de installatie dienen uitgevoerd te worden door een vakspecialist
Als de omvormer een gebrekkige isolatie detecteert, kan dit het gevolg zijn van twee factoren in de fotovoltaïsche installatie
a) De bekabeling :
• Controleer of de aansluitingen goed vastgeklemd zijn.
• Controleer of geen enkele aansluiting in het water ligt.
b) Het paneel :
• Controleer of het paneel perfect waterdicht is (geen vocht of water in de zonnemodule).
• Controleer of het paneel geen aansluitgebreken vertoont (contact tussen het aluminium kader en de busbar).
Hoe weet ik over welk huishoudelijk stroomnet ik beschik ?
Met een spanningsmeter kunt u eenvoudig nagaan over welk huishoudelijk stroomnet u beschikt. Breng uw spanningsmeter aan tussen een fase en de aarde. Als u een spanning meet van 220 volt of van 0 volt, is uw huishoudelijke stroomnet een eenfasenet. Als uw spanningsmeter een spanning aangeeft die aanzienlijk afwijkt van 220 volt, is uw huishoudelijke stroomnet een tweefasennet.
Bepaling van het huishoudelijke stroomnet :
Welke verschillende soorten stroomnetten bestaan er ?
In België bestaan verschillende soorten stroomnetten. Men dient te controleren of de omvormer compatibel is met het stroomnet van het gebouw.
1. Draaistroomnet en tweefasennet
a) Het draaistroomnet
Dit bestaat uit drie draden. Dit zijn fasen waarvan de spanning tussen elk paar fasen 230 Volt bedraagt
b) Het tweefasennet
Dit bestaat uit twee fasen van het draaistroomnet die van elkaar verschillen.
2. Het vierpolig net en het eenfasenet
a) Het vierpolig net
Het vierpolig stroomnet of draaistroomnet met nulleider bestaat uit vier draden (3 fasen + nulleider). Drie van de vier draden zijn fasen waarvan de spanning tussen elk paar fasen 400 Volt bedraagt en de spanning tussen een van de fasen en de nulleider 230 Volt bedraagt.
b) Het eenfasenet
Dit bestaat altijd uit een nulleider en een van de fasen van het vierpolige net ter verkrijging van een spanning tussen de kabels van 230 Volt.
Hoe kan stroom gemeten worden?
Gevaar voor onherstelbare schade van het meetapparaat door te hoge stromen!
- Gebruik uitsluitend meetapparaten met een geschikt ingangsstroombereik.
De meting van de elektrische stroom wordt sterk beïnvloed door de intensiteit van de zonnestraling
- Meet de stroomsterkte bij onbewolkte hemel. Het wordt aanbevolen om ook de intensiteit van de zonnestraling te meten tijdens de stroommeting.
Elektrocutiegevaar
- Neem de nodige veiligheidsmaatregelen tijdens de hantering van de kabels.
1. Meting van een ISC stroom
De ISC stroom is de gemeten stroom bij kortsluiting. Om deze stroom te meten, dient men de kabels van de omvormer af te koppelen om ze te kunnen verbinden met de multimeter. In het menu van het apparaat dient men de meting aan de gelijkstroomkant te kiezen. Vervolgens verbindt men een kabel aan de COM ingang en de andere kabel aan de A ingang (gebruik van het apparaat als Ampèremeter). Deze meting dient uitgevoerd te worden voor elke ingang van de omvormer.
Meetmethode van de stroomsterkte ISC
2. Meting van een IMPP stroom
De IMPP stroom is de gemeten stroom tijdens de werking. Deze stroom dient gemeten te worden door de multimeter serieel te schakelen. In het menu van het apparaat dient men de meting aan de gelijkstroomkant te kiezen. Deze meting dient uitgevoerd te worden voor elke ingang van de omvormer.
Meetmethode van de stroomsterkte IMPP
Hoe kan spanning gemeten worden?
Gevaar voor onherstelbare schade van het meetapparaat door te hoge spanningen!
- Gebruik uitsluitend meetapparaten met een geschikt spanningsbereik
Elektrocutiegevaar
- Neem de nodige veiligheidsmaatregelen tijdens de hantering van de kabels.
1. Meting van de VOC spanning
De VOC spanning is de gemeten spanning in een open circuit. Om deze spanning te meten, moet men de met de omvormer verbonden kabels afkoppelen en ze op de juiste wijze op de multimeter aansluiten. In het menu van het apparaat dient men de spanningsmeting aan de gelijkstroomkant te selecteren. Vervolgens verbindt men een kabel aan de COM ingang en de andere kabel aan de V ingang (gebruik van het apparaat als voltmeter). Deze meting dient uitgevoerd te worden voor elke ingang van de omvormer
Meetmethode van de VOC spanning
2. Meting van de VMPP spanning
De VMPP spanning is de gemeten spanning tijdens de werking. Om deze spanning te meten, dienen de multimeter en de omvormer parallel aangesloten te worden met behulp van splits-stekkerverbinders of op een van de vrije ingangen van de omvormer. Opgelet: als men voor deze laatste methode kiest, moet men de meting verrichten op dezelfde MPPT van de omvormer. De aansluitingen dienen op dezelfde wijze uitgevoerd te worden op de multimeter als voor de meting van de VOC spanning. Deze meting dient uitgevoerd te worden voor elke ingang van de omvormer.
Meetmethode van de VMPP spanning met behulp van splits-stekkerverbinders
Hieronder de splits-stekkerverbinders van het type MC4 voor de parallelschakeling van de lussen.
Meetmethode van de VMPP spanning door parallelschakeling op een vrije ingang.
Wat wordt bedoeld met parallel schakeling ?
Voor twee parallel geschakelde lussen, is de stroomsterkte de som van de sterkten van de stromen die in elke lus circuleren; de spanning van de lussen daarentegen is gelijk aan de spanning aan de klemmen van elke lus.
Wat wordt bedoeld met serieel schakeling ?
In geval van een serieel schakeling van de lus, komt de spanning hiervan overeen met de som van de spanningen van elk paneel. De circulerende stroom wordt bepaald door het paneel dat de minste elektrische stroom opwekt.